FEDDE & DJINN KEEGSTRA

VADER & ZOON | Djinn Keegstra had nog zoveel met z’n vader willen delen

 

Djinn Keegstra (26) heeft het tot in de puntjes verzorgd. Het interview kan plaatsvinden in de sponsorruimte van Drachtster Boys. Verse koffie, het tenue bij de hand en op tafel een doos vol met plakboeken, krantenknipsels en foto’s. Met daarin vader Fedde als middelpunt, vastgelegd op de gevoelige plaat of genoemd in een verslag wanneer hij weer eens uitblinkt. Met een lach en een traan kijkt Djinn terug op de (voetbal)ervaringen van zijn vader en vriend Fedde, die op 15 oktober 2013 plots uit het leven stapte.

 

Kort uitstapje

Jarenlang voetbalt Djinn bij jeugdliefde Drachtster Boys. Hij doorloopt alle standaardteams en ruikt als 18-jarige aan het echte werk in de hoofdmacht. Een jaar later treedt hij toe tot de selectie van hoofdtrainer Fred de Boer. In de hoofdklasse, in seizoen 2014-2015, maakt Djinn weinig minuten. Het zijn lange ritjes naar Genemuiden, Aalten en Rijssen. Voor het eerst in zijn nog jonge voetbalcarrière kent hij motivatieproblemen, gedragen door het gemis van zijn overleden vader Fedde. “Dat gebeurde tijdens mijn laatste seizoen in de A’s. Hij kwam vaak kijken. De impact van zijn afwezigheid sloop erin. Toen ik amper speelde, nam het plezier af. Begin 2015 heb ik bij Fred de Boer aangegeven dat ik graag naar het 2de wilde.” In dat team, omringd door vrienden, keert de motivatie en vreugde terug, met promotie naar de reserve hoofdklasse als hoogtepunt in 2016.

 

‘Over Djinns kwaliteiten hoeven we het niet te hebben. Zijn drive en persoonlijkheid steken er bovenuit’

 

Na enkele jaren in het 2de voelt Djinn geen behoefte om het weer in het 1ste te proberen. “Dat had deels met de groepsdynamiek te maken. Er heerste een eilandjescultuur. Verschillende groepjes, wat de sfeer niet ten goede kwam. Ik ben daar gevoelig voor. Jeroen Dijkstra, een goede vriend van mij, ging vanuit De Wilper Boys naar VV Drachten. Of ik ook zin had in een avontuur. Een gevoelige stap, ik weet ‘t.” Van VV Drachtster Boys naar VV Drachten. Djinn heeft het geweten. Opmerkingen, sms’jes, appjes, telefoontjes. Op zondag, in de tweede klasse, speelt hij tijdens seizoen 2019-2020 niettemin alles. Als middenvelder is hij spelbepalend. Hij maakt vier goals, weet anderen met zijn slimme passing vrij te spelen en maakt van de standaardsituatie zijn wapen. Luitzen Nijboer, interim-trainer bij Drachtster Boys, staat een paar keer langs de lijn. Zijn opvolger Ommar Jager idem. Laatstgenoemde heeft een duidelijk doel: clubjongen Djinn Keegstra opnemen in zijn nieuw samen te stellen selectie. Het charmeoffensief helpt. Na één seizoen bij rivaal VV Drachten keert de slimme verbindingsspeler terug naar Drachtster Boys. Dit tot grote vreugde van Jager die Djinns kwaliteiten als speler onderschrijft, maar vooral zijn werklust en persoonlijke kenmerken roemt.

 

 

 

Drachtster Vaart

Djinn en zijn vriendin Freya hebben pas een huis gekocht aan het Drachtster Burmaniapark. Vanuit daar maakt hij straks de ritjes naar ABD Renault in Leeuwarden, waar hij backoffice-werkzaamheden in de verkoop verricht en zorgt voor een soepele export van auto’s. Hij groeit echter vlakbij de velden van Drachtster Boys op, in het bekende witte huis tegenover de Drachtster Vaart. Als zoon van Fedde en Leonora, en het jongere broertje van zus Ninja (inmiddels 29). Het zijn onbezonnen tijden. Een klassieke vader-zoonrelatie. Gedragen door een gedeelde voorliefde voor spelletjes en in het bijzonder voetbal. “Ik was vaak aan het voetballen. Op school, op straat of op het veldje naast ons huis. Ook met mijn vader, vooral op zondag. De schommel diende als doel. Hij als keeper, ik als penaltynemer. Ik was links, maar om ook het rechterbeen te ontwikkelen (‘Die heb je niet alleen om op te staan!’), mocht ik pas met mijn geliefde linker schieten als ik eerst een flink aantal keer met rechts had gescoord.” Zoals veel voetbalvaders doen, wordt ook zoon Keegstra zodra het kan lid van de voetbalclub. Om de hoek, in dit geval. De 6-jarige Djinn plukt echter grassprietjes en tuurt in het niets. Vader Fedde wil hem graag zien presteren, maar het lukt Djinn niet. Twaalf jaar later is het andersom. Dan wil Djinn het graag, maar zijn vader ziet het niet. Niet meer. Enfin, Djinn gaat van voetbal af en probeert andere sporten. Als ook dat niet kan bekoren, hebben Fedde en Djinn een onderonsje in de badkamer. Djinn wil weer voetballen. Pa is blij en knipoogt: ‘Dan ga je er ook niet meer af hè?‘.

 

Gelijkenissen

Dat gebeurt niet. Djinn voetbalt al 20 jaar onafgebroken. Voorin begonnen, even als back gefungeerd, maar sinds jaar en dag middenvelder. Gezegend met een uitstekende trap. Slim, evenwichtig, in conditie. Er zijn gelijkenissen met Fedde. De houding, een goeie kop. Een prettige, open uitstraling. Mannen die je erbij wil hebben. Op het veld, in de kleedkamer, na afloop. “Op de voorgrond tijdens feestjes en partijen, maar meer op de achtergrond als de trainer bijvoorbeeld aan de groep vroeg waarom het niet lekker liep. Of wat we moesten omzetten.” Dan mogen anderen hun zegje doen. En de verschillen? Djinn is duidelijk. Zijn vader had een ongekende drive. Het bracht hem naar SC Heerenveen, al bleef het succes daar uit. ‘Had ik maar een kans gekregen, dan speelde ik er nu nog’, zal Fedde later glimlachend zeggen. “Hij had een ongekende drang om de beste te zijn. Om de meeste goals te maken. De meeste assists te geven. Ertoe doen. Belangrijk zijn voor het team, op en naast het veld. Hij sprak het misschien niet uit, maar de waardering die hij daaruit kreeg deed hem goed.” Het moge duidelijk zijn: Fedde Keegstra was een winnaar. De vechtersmentaliteit doet hij al op jonge leeftijd op in Leeuwarden. Thuis is het niet altijd even makkelijk. Hij zet zijn eerste stappen op de velden bij CVV Blauw Wit ’34, gaat op jonge leeftijd uit huis en vertrekt naar Drachten. Daar maakt hij bij de boys al snel furore. Gesterkt door een combinatie van bekwaamheid, wilskracht en een ongekende conditie. “Op zolder in ons oude huis had hij een hoekje met plakboeken en prijzen. Daar stonden diverse bekers van hardloopwedstrijden. Hij was topfit. En wilde winnen. Altijd. Ook van mij met spelletjes. Toen ik hem leek te ontgroeien als voetballer, won ik wel eens een potje voetvolley. Daar kon hij heel slecht tegen.”

 

 

 

Gloriejaren

Fedde maakt in de jaren ’80 furore bij Drachtster Boys. In 1983 wordt de landelijke beker gewonnen na een heroïsche 2-1 winst op VV Breskens. Een fantastische en in Friesland nog steeds ongeëvenaarde prestatie. Fedde en zijn maatje Jan de Haan zijn een gevreesd koppel. Enkele jaren na de promotie van Drachtster Boys naar de eerste klasse - het hoogste amateurniveau - gaat Fedde het avontuur aan bij ONT. Van Drachten naar Opeinde. Van het middenveld naar de spits. En van de vierde naar de eerste klasse, in slechts vier jaar tijd. Hij flikt het weer. ONT is ingedeeld bij ONS Sneek en Harkemase Boys. Gouden jaren. De kilometervreter wordt bij de dorpsclub een lepe, soms irritante spits. Met vrije trappen en penalty’s uitlokken als specialiteit. Het levert hem de bijnaam Daphne Jongejans op, naar de voormalig schoonspringster. Na acht seizoenen en meer dan 100 treffers gaat Fedde terug naar Drachtster Boys om de cirkel rond te maken. Djinn: “Ik ging wel eens mee naar ONT, maar was nog erg jong. De meest verse herinneringen zijn toch van zijn definitieve terugkeer bij Drachtster Boys als begin veertiger, toen ik er zelf ook net begon”.

 

 

Djinn voetbalt als jochie steevast op zaterdagmorgen. In het ochtendgloren dartelt hij met zijn teamgenoten over de vaak nog vochtige velden. “Na afloop at ik thuis een paar boterhammen en dan ging ik weer naar de club. Samen met mijn vriendje Stefan Bolt stond ik achter de goal om de keeper af te leiden.” Vader Fedde is in die tijd niettemin bezig aan de nadagen van zijn loopbaan. Als ziet Djinn dit amper. Die kijkt naar dat immense veld. De vele toeschouwers. Een grote voetbaltempel, met zijn vader als voorbeeld. Dravend over het veld, maar geen meter teveel. Aanwezig, ijverig. Het typische loopje. De hand even door de uitgedunde haardos. Nog steeds scorend, maar ook af en toe even naar de knie grijpend. Door zijn leeftijd en knieklachten zakt Fedde vanaf 2003 af naar het 2de, 3de en uiteindelijk 4de, maar minder fanatiek is hij niet. Hij moet en zal uitblinken, ook op een bijveld. En tijdens de derde helft. Een knipoog hier, schouderklop daar. Waar Fedde is, is gezelligheid. Een voetbalvriend voor velen. Altijd in voor een praatje. Djinn glimlacht. “Die verhalen van vroeger heb ik wel meegekregen. Een mannetje. Vechtersbaasje zelfs. Hij was niet weg te slaan van de Kade in Drachten.”

 

‘Geen meter teveel. Aanwezig, ijverig. Het typische loopje. De hand even door de uitgedunde haardos’

 

Keerzijde

Maar Fedde wordt ouder, tegen de zin in. Zijn gezondheid neemt af. De buitenwereld heeft daar nauwelijks weet van. Die zien nog steeds een scorende Fedde. De arm om de schouder in de kantine. Een biertje voor de maker van de winnende goal bij het 1ste. Even bijkletsen met een bekende. Aanschuiven bij oud-teamgenoten. Je kent het. Fedde is echter een einzelgänger. Altijd al geweest. Het gezin dichtbij, de voetballerij als passie en het werk belangrijk. Maar ook op zichzelf. Veel voetbalvrienden, weinig échte vrienden. Niet snel het achterste van de tong laten zien. Het leven steeds verder in disbalans. “Slijtage in de knie. Meniscusklachten. Operaties. Zijn geliefde spelletje kon hij steeds minder goed beoefenen. Op het werk waren er tegenslagen, thuis was het niet altijd pais en vree. En hij worstelde nog wel eens met zijn verleden. Een combinatie van verschillende factoren. Mijn vader was depressief en zakte steeds verder weg in een zompig moeras. Al hebben Ninja en ik daar amper iets van meegekregen. Hij wilde het niet laten merken. Te trots. Hij zou hier op zijn manier wel uitkomen. Als hij een tijdje thuiszat, werd dat als een lange vakantie omschreven. De kwartjes vielen later. ‘Kop erbij, Fedde’, zei hij wel eens tegen zichzelf na een moment van absentie. Ik heb hem ook een keer gewaarschuwd in de auto. Dan zat ie totaal niet op te letten.”

 

Noodlot

Uiteindelijk is de tunnel te donker. Geen licht in de verte, geen stip aan de horizon. Het leven eindigt op 15 oktober 2013. Fedde laat briefjes achter voor zijn vrouw Leonora. Vooral met praktische informatie, zoals geldzaken. Op de rand tussen leven en dood is de emotie ver weg. “Het voelde die ochtend al niet goed. Mijn vader was heel warrig. Toen ik op de scooter richting stage reed, wilde ik in de eerste bocht nog omdraaien. Ik reed door. Een paar uur later kwam de boodschap. Mijn wereld stortte in.” Fedde Keegstra, slechts 51 jaar oud, is niet meer. De klap komt hard aan. Een gezin vol pijn. En vol vragen. Het gitzwarte nieuws schokt Drachten. Voetbalminnend Friesland is van slag. Ongeloof op de club en ver daarbuiten. De Bethel-kerk zit bomvol tijdens de uitvaart. Muziek, foto’s, video’s en persoonlijke verhalen zijn de verbindende factoren. Het nummer Feel van Robbie Williams zorgt voor een tranendal. ‘My head speaks a language, I don’t understand.’ Djinn drukt de plaat tegenwoordig het liefst weg. Te confronterend. Al kan hij zich evenzo verliezen in een lied waarin hij iets van zijn vader en zichzelf hoort. Dan beseft hij hoe mooi en waardevol teksten kunnen zijn. Als herinnering aan een bijzondere en markante man, die uit het zicht worstelde met het bestaan. Fedde besliste vaak een wedstrijd, maar het leven was een maatje te groot. Het gezin moet door, al gaat dat met horten en stoten. “Hij noemde mij altijd zijn vriend. En dat waren we ook, vrienden. Een vriend verliezen is vreselijk, vooral als het je vader is. Ik werd geleefd de periode erna. Dagelijks werd ik aan hem herinnerd, maandenlang. Op straat, in de stad, zelfs als ik een nieuwe vloer uitzocht.” Het is even stil. Djinn kijkt naar zijn ring. Fedde kreeg ‘m van zijn schoonvader. Djinn draagt hem sinds de dood van zijn vader. Zo is hij altijd dichtbij.

 

‘Soms hoor ik een fluitje en kijk ik even om me heen. Tevergeefs’

 

Het gemis is groot. Als partner en vader. Als vertrouwd gezicht op de club. De voetbalvriend. Het gezelligheidsdier. De man van de bijnamen. Rambo, Skeve en – vooral – Bompa. Djinn mist zelfs de kritiek op zijn spel. “In de rust moest ik altijd even naar hem kijken. Met z’n vingers gaf hij mij dan een cijfer. Hij kon vroeger best hard zijn. De feedback was vaak negatief. Daar was ik op een gegeven moment wel klaar mee, al waren zijn bedoelingen goed. Naarmate de jaren vorderden werd hij positiever. Hij hield alles van mij bij. Als hij niet bij een wedstrijd kon zijn, deed ik mondeling verslag. Hij schreef dat op in een boekje. Alles werd bewaard, inclusief fotomateriaal en krantenknipsels.” Het ontbreken van een vaderfiguur schuilt in kleine en grote dingen. Geen goedkeurend knikje na een rake vrije trap. Geen oogcontact in de rust. Geen helder advies bij het kopen van een eerste huis. Geen ontmoeting met Freya, de grote liefde van Djinn. Al vullen anderen een stukje leegte in. Freya’s vader komt vaak kijken als Djinn moet voetballen. Oom Kees, de broer van Fedde, doet dat ook, totdat hij eind 2019 komt te overlijden. Soms schrikt Djinn even. “Als ik vroeger buiten aan het spelen was, blies mijn vader op een fluitje als ik thuis moest komen om te eten. Als ik op het veld of ergens in de verte een fluitje hoor, kijk ik wel eens om me heen. Tevergeefs.” Na anderhalf uur zeggen Djinn en ik elkaar gedag. Op de terugweg breekt de zon zowaar door. Halverwege de rit komt Forever Young van Alphaville voorbij op Radio 2. Toch nog vochtige ogen. Voor altijd jong. Iedereen denkt er wel eens aan. Kop erbij, Fedde. Waar je ook bent.

 

 

'Let us die young or let us live forever
We don't have the power, but we never say never
Sitting in a sandpit, life is a short trip
The music's for the sad man'

 

Jelle Teitsma