JARCHINIO ANTONIA

Als Cambuur na een 2-4 zege bij Jong AZ de titel van de Keuken Kampioen Divisie definitief binnen heeft, glundert Jarchinio Antonia na afloop voor de camera van ESPN. “Ik zei nog tegen Issa Kallon: als die schaal wordt uitgereikt, moeten we wel als eerste naar voren op dat podium, anders ziet niemand ons achter die lange gasten”, lacht hij. Reden om vereeuwigd te worden op de kampioensfoto heeft de Amsterdammer, want in zijn professionele loopbaan werd hij nooit eerder kampioen. En dus wordt de champagne ontkurkt en lacht hij zijn tanden bloot, iets wat in de jaren die achter hem liggen lang niet vanzelfsprekend was. Een openhartige Antonia over doodgeschoten jeugdvrienden, matchfixingspraktijken, vechtpartijen en klaverjassen.

‘Veel jongens met wie ik opgroeide leven niet meer omdat schimmige zaakjes hun levens bepaalden’

“Vorig seizoen voelt echt als een rotjaar, ook omdat ik een tweejarig contract had. Eén jaar kun je nu weggooien”, bromt Antonia in de catacomben van het Cambuur Stadion. Hij kan er nog altijd met z’n verstand niet bij dat de KNVB de fiere koploper niet liet promoveren, ondanks dat de Leeuwarders promotie amper meer kon ontgaan. “De bedoeling was om een seizoen te vlammen en te promoveren en het daarna weer in de eredivisie te laten zien. Maar het mocht niet zo zijn. Maar goed, terugkijken heeft geen zin. We kunnen door dit kampioenschap weer vooruitkijken”, zegt hij strijdvaardig.

Vooruitkijken, het woord is genoemd. Want wie droomt als klein jongetje niet om later profvoetballer, piloot of brandweerman te worden? Ook een piepjonge Jarchinio Antonia had dromen op zijn kleine slaapkamer in Amsterdam-Oost. Maar of één van die beroepen voor hem weggelegd was? “Ik ben thuis met mijn moeder en twee oudere broers opgegroeid. Mijn vader was toen al uit beeld en financieel hadden we vrijwel niks. Er waren veel slechte verleidingen en je had snel verkeerde vrienden. Ik groeide op tussen criminelen, die op straat hun dingetjes deden en soms zelfs nog meer verkeerde dingen. Maar als ze bij mijn moeder over de vloer waren, waren het stuk voor stuk aardige en nette jongens.”

‘Mijn eerste voetbalschoenen kreeg ik van de buurvrouw omdat mijn moeder er geen geld voor had’

“Ik liep daar als vijfjarig jongetje tussen”, weet Antonia nog. In zijn geheugen staat een moment gegrift toen hij langs een buurtcafé liep en jongens groette met wie hij op straat hing. “Zag ik dat er ineens ruzie ontstond, waarbij pistolen getrokken werden. Het stomme is dat je gaat wennen aan zulke dingen. Ik weet ook nog goed dat een buurjongen mij eens oppikte om te crossen op een quad, fantastisch vond ik dat. Kreeg ik de volgende dag te horen dat-ie was doodgeschoten bij een ripdeal bij ons om de hoek. Veel jongens met wie ik ben opgegroeid leven niet meer, omdat schimmige zaakjes hun levens bepaalden. Het had ook invloed op mijn broers en het was niet raar geweest als ik ook in dat circuit was beland. Vooral mijn moeder heeft gezorgd dat het niet zover kwam.”

De eerste voetbalstappen

De manier waarop Antonia zijn eerste stappen op het voetbalveld zette, kwam nogal vreemd tot stand. “Mijn buurvrouw was trainster bij Zeeburgia en ik voetbalde onder meer met haar kinderen op straat en was één van de betere spelers. Toen ze hoorde dat ik nog maar vijf was en niet bij een club zat, is ze naar mijn moeder gegaan om te zeggen dat ik bij een club lid moest worden. Maar omdat mijn moeder haar handen al vol had aan mijn andere broers die ook voetbalden, zag ze dat niet zitten. Toen stelde mijn buurvrouw voor dat zij mij meenam naar trainingen en wedstrijden. Ik heb van haar ook mijn eerste voetbalschoenen gekregen omdat mijn moeder daar geen geld voor had.”

Via Zeeburgia belandde hij bij Fortius en ook Ajax kreeg de talentvolle Antonia in het vizier. Zijn moeder sloeg die belangstelling eerst in de wind, maar toen Antonia op de talentendagen zó positief opviel, ging zij overstag. En zo kwam de jonge Jarchinio in de jeugdopleiding van de Amsterdammers terecht, waar hij alle lichtingen tot aan de A-junioren doorliep. “In dat jaar onder Frank de Boer kreeg, op Daley Blind na die al was doorgeschoven naar het eerste elftal, geen enkele A-junior een contract. Daardoor moest ik op zoek naar een andere club, net als onder andere Ben Rienstra, Danilo Sousa Campos, Genero Zeefuik, Tom Overtoom, Marko Vejinovic, Johan Kappelhof, Aras Özbiliz en Sergio Padt. Met die lichting hebben we nog steeds een groepsapp. Zo nu en dan komen we nog eens bij elkaar en dan is het altijd weer gezellig. En we hebben allemaal het profvoetbal gehaald hè!”

Moeilijke jongen

ADO Den Haag gaf de Amsterdammer in het seizoen 2010-2011 een kans in de Residentie, waar hij ook opviel bij eerstedivisieclub Go Ahead Eagles, dat hem nog datzelfde seizoen naar Deventer haalde. Geen rare overstap, vindt hij, ondanks dat hij zijn eredivisiedebuut al bij de Hagenaars maakte. “Volksclubs als Go Ahead passen wel bij mij”, vindt hij. Toch kreeg de buitenspeler al snel het stempel van moeilijke jongen, nadat hij zich op social media laatdunkend had uitgelaten over fans van Go Ahead Eagles, omdat hij het mikpunt van kritiek was geworden tijdens een slecht duel bij de Deventenaren.

‘Als je na een wedstrijd ineens door twintig man wordt opgewacht, schrik je wel even’

Dat berichtje op Instagram leidde ertoe dat hij na afloop van een duel met Eindhoven ineens oog in oog stond met twintig hooligans die hem een toontje lager wilden laten zingen. “Iedereen schiet weleens uit zijn slof en ik werd na een slechte wedstrijd door spreekkoren echt in m’n ziel geraakt en dan kun je het krijgen. Maar als je na een wedstrijd ineens door twintig man wordt opgewacht, schrik je wel even. Ik loop er niet voor weg, dat leer je wel als je in Amsterdam-Oost opgroeit. En er zijn toen wel een paar klappen gevallen, ja. Uiteindelijk haalden stewards ons uit elkaar. De volgende dag kwamen drie van die betrokkenen hun excuses aanbieden en is het uitgesproken.”

“Maar in de media komt dan wel naar buiten dat Antonia die moeilijke jongen is. Dan weet je allemaal niet wat ik heb meegemaakt, denk ik dan.” Ondanks het voorval, liet trainer Erik ten Hag hem een paar dagen later wel starten in een cruciaal duel tegen FC Volendam om de play-offs te bereiken. Daarin liet Antonia zijn voeten spreken en groeide hij uit tot man of the match. Dat deed hij ook in de play-offs zelf en blonk Antonia zelfs uit als rechtsback, toen er moest worden geïmproviseerd na een rode kaart. “Supporters zagen dat ik bleef vechten voor de ploeg, ik pakte mijn doelpuntjes mee en was belangrijk. Alles kwam toen samen en uiteindelijk promoveerden we. Wat een feest was dat.”

‘Ik vind dat ik van mezelf kan zeggen dat ik geen moeilijke jongen ben’

“Maar toen we later die nacht de kroegjes in Deventer in gingen om de promotie te vieren, kwam ik weer één van die gasten tegen die eerder ook verhaal kwam halen na die wedstrijd tegen Eindhoven. ‘Nu ben je niet meer zo stoer in je eentje’, zei-ie. Toen zijn er weer wat klappen uitgedeeld”, zegt Antonia monter. “Blijkbaar gaat het zo nou eenmaal, terwijl ik het echt niet zelf opzoek. Als ik nu op het Cambuurplein een vechtpartij zie en ernaartoe loop om de boel te sussen, dan staat de volgende dag op internet dat ik betrokken was bij een vechtpartij. Dan krijg je vanzelf een stempel. Ik vind dat ik van mezelf kan zeggen dat ik geen moeilijke jongen ben.”

Beslissend in de bekerfinale

Zijn sportieve prestaties leverden de Amsterdammer na een jaar eredivisievoetbal met Go Ahead Eagles een transfer naar FC Groningen op. Na een goede voorbereiding en het daaropvolgende vertrek van smaakmaker Filip Kostic, ruimt trainer Erwin van de Looi een basisplaats in voor Antonia. “Het was in het begin wel even wennen, want hij wilde dat buitenspelers vanuit het middenveld de diepte zochten, maar ik zoek juist het liefst de diepte vanaf de zijlijn.” Het was ook bij Groningen dat Antonia zijn eerste tastbare prijs pakte in de vorm van de KNVB-beker, waarin hij met twee assists bovendien beslissend was.

‘Ik heb keihard voor momenten als de bekerwinst met FC Groningen gewerkt. Succes komt je niet aanwaaien’

“Op die wedstrijd zat wel spanning, hoor”, zegt hij met een slaak van verlichting. In de bekerfinale tegen PEC Zwolle startte Antonia overigens als wisselspeler. “Ik stond amper in het veld, toen een voorzet van mij via een speler van Zwolle bij Albert Rusnak kwam, die raak schoot. Ik stond toen nog te appelleren voor een handsbal, toen die bal erin vloog. Wat een gekkenhuis was dat. Toen we ook die tweede maakten, wist ik dat het gedaan was. Dat gevoel van de bekerwinst was niet te beschrijven. Ik had rillingen over m’n hele lijf. Op de plek waar we juichten, zat ook mijn familie. Ik zag mijn moeder helemaal losgaan. Volwassen supporters stonden te huilen van geluk. Ik voelde me toen echt bevoorrecht dat ik als voetballer zoiets bij supporters kon losmaken. Aan de andere kant: ik heb als voetballer keihard voor zulke momenten gewerkt. Succes komt je niet aanwaaien.”

Vernederd

Desondanks is Antonia bij FC Groningen niet altijd een onbetwiste basiskracht. In de winterstop van het seizoen 2015-2016 lonkt een transfer naar de Poolse Ekstraklasa, maar FC Groningen houdt hem aan zijn contract; Van de Looi heeft de rechtsbuiten naar eigen zeggen hard nodig in het restant van het seizoen, maar vervolgens maakt Antonia door blessureleed en een disciplinaire schorsing nog amper minuten. “Er vielen harde woorden na onenigheid over een rare wissel. Van de Looi zei dat als ik me groter dan de club voelde, ik maar weg moest. Terwijl hij een maand daarvoor zelf een transfer van me had tegengehouden. Daarna heb ik vijf duels niet bij de selectie gezeten en mocht ik tussendoor alleen trainen op de club, maar pas als iedereen – vaak na half vijf ’s middags – weg was. Ik vond het echt vernederend.”

Bij aanvang van het seizoen 2016-2017 heeft Antonia onder de opvolger van Van de Looi, Ernest Faber, nog een basisplaats. Maar na een rampzalige seizoenstart wordt de Amsterdammer geslachtofferd. Zijn oude club Go Ahead Eagles biedt uitkomst. “Hans Nijland ging meteen akkoord toen ik een transferverzoek indiende. Twintig minuten later belde Go Ahead al”, lacht hij. Toch kon Antonia zijn ploeg dat seizoen niet voor degradatie behoeden en koos hij daarna voor zijn eerste buitenlandse avontuur op Cyprus bij Omonia Nicosia. “Ik kon ook naar Saoedi-Arabië, maar dat hele verhaal sprak me niet aan. Vooral omdat ik daar met mijn toenmalige vriendin naartoe moest en zij amper rechten had omdat we niet getrouwd waren.”

Rare praktijken op Cyprus

“Hedwiges Maduro, die al op Cyprus voetbalde, belde me niet veel later daarna met de vraag of ik een avontuur bij Omonia zag zitten. Zij zochten nog een rechtsbuiten en daar is een contract uitgerold”, weet Antonia nog. Hij voetbalde er, naast Maduro, ook samen met onder anderen Piet Velthuizen en Nicandro Breeveld. Maar dat eerste seizoen groeide uit tot een ramp. “We kwamen erachter dat teamgenoten wedstrijden verkochten. Daardoor werden midden in het seizoen drie spelers weggestuurd. De trainer liet de rest bijeenkomen en liet wedstrijdbeelden zien. Zagen we dat onze aanvoerder heel opzichtig te laat stapte voor buitenspel zodat een tegenstander één op één met onze keeper kwam: doelpunt. En zo waren er nog meer voorbeelden. Ik wist niet wat ik zag. Ik was al gewaarschuwd dat zulke praktijken op Cyprus gebeurden, maar had het nog nooit met mijn eigen ogen gezien. Tot dat moment.”

‘Op Cyprus kwamen we erachter dat teamgenoten wedstrijden verkochten. Ik wist niet wat ik zag’

“Door dat voorval heb ik veel plezier in het voetballen verloren”, gaat Antonia verder. “Uiteindelijk heb ik daar anderhalf jaar gezeten en wilden ze stukje bij beetje van alle spelers uit dat matchfixingsseizoen af. Ik kreeg een zak geld mee van de geldschieter mee en was ineens transfervrij. Belde competitiegenoot AEL Limasol vlak daarna. Zij konden niet geloven dat een speler met mijn kwaliteiten zomaar op te pikken was, dus boden ze mij een contract aan. Ik heb in die zes maanden ook nog de nationale beker gewonnen. Maar na een half jaar zei de president dat ze mij niet meer konden betalen en dat ik weg mocht. Toen had ik al wat contact met Cambuur. Foeke Booy belde me om te vragen hoe het ging en maakte de interesse kenbaar. Toen ben ik met hem en Henk de Jong in gesprek gegaan en ze legden hun plannen uit. Dat was een goed gesprek en ze waren duidelijk in wat ze wilden. Dit gaan we doen, dacht ik.”

Kaartspelletjes

Cambuur bleek voor Antonia de juiste bestemming om zijn voetbalplezier te hervinden. Dit seizoen toont hij zijn multifunctionaliteit door zich als buitenspeler en rechtsback te laten zien. En dat niet alleen, in Antonia schuilt zelfs een klaverjastalent, geeft hij schoorvoetend toe. “Ja, dat zou je misschien niet zeggen als je mij ziet hè? Bij Cambuur hebben we een vast klaverjasgroepje met Doke Schmidt, Sven Nieuwpoort en Erik Schouten. Ik speel veel met Erik, die moet het nog een beetje ontdekken”, lacht hij. “Het gaat uiteindelijk om het plezier. Heel veel mensen kijken daar van op. Ik hou gewoon van kaartspelletjes.”

Of Antonia volgend seizoen in dienst van Cambuur ook zijn klaverjas- en voetbalskills toont, is desondanks onzeker. “Ik wacht nog op een nieuw contract en als het aan mij ligt was dat er al gekomen. Ik vind dat ik het verdien”, zegt hij. Hij slaapt er naar eigen zeggen desondanks niet minder van. “Er komt een dag dat ik gewoon lekker met m’n broers ga voetballen in Duivendrecht. Ben ik ook weer wat dichter bij mijn moeder, daar is ze vast heel blij mee.”

 

Merijn Slagter