FOPPE DE HAAN

Foppe de Haan (77) was de langstzittende trainer bij dezelfde club in het Nederlandse betaalde voetbal. In totaal was de geboren Fries drie periodes trainer van SC Heerenveen, waarvan de middelste tussen 1992 en 2004 de langste was. Samen met voorzitter Riemer van der Velde bouwde De Haan in de jaren negentig aan een bijzonder team, waarmee onder andere de bekerfinale en de groepsfase van de Champions League werd gehaald. Later volgde bijzondere avonturen met onder andere Jong Oranje, Ajax Cape Town en een van de kleinste voetbalnaties in de wereld: Tuvalu. Waar hij ook kwam, altijd bleef hij vasthouden aan de basisprincipes die hij op het CIOS in Heerenveen leerde. ‘Voetbal bestaat uit twee dingen. Winnen en beter willen worden. Altijd. Iedere dag.’

 

Jeugd in Lippenhuizen

Het is 26 juni 1943 als Foppe Geert de Haan wordt geboren in Lippenhuizen. Het kleine, Friese streekdorp, gelegen tussen Gorredijk en Jubbega, telt op dat moment zo’n 1.000 inwoners. Het heeft alles wat je van een dergelijk dorp verwacht. Er is een café, een bakker, een kruidenier en een kerk. ‘Een mooi dorp, waar je fantastisch kon spelen in de weilanden, het bos of nabij het water’, aldus De Haan. Wat het dorp alleen niet heeft, is een voetbalclub. Noodgedwongen spelen de kleine Foppe en zijn schoolvriendjes op een stuk land van een naastgelegen boer. ‘Op een dag deden wij mee aan een schoolvoetbaltoernooi in Opsterland. Tot ieders verrassing wonnen wij het toernooi.’ Eenmaal terug in Lippenhuizen, komt ook hier de boodschap aan. De behoefte aan een eigen voetbalclub groeit. Bij de schoolkinderen, maar zeker ook bij de rest van het dorp. 

Foppe de Haan is twaalf jaar als Lippenhuizen, mede door het succes van zijn schoolklas, een eigen voetbalclub krijgt. SV THOR (‘Tot Heil Onzer Ribbenkast’) ziet het levenslicht. De Haan speelt echter niet lang bij de club. Zijn vader Reinder is werkzaam als wagenmaker. Het werk ligt in de jaren vijftig niet voor het oprapen. Omdat heit een baan krijg aangeboden bij de houtfabriek, verhuist het gezin – met moeder Tjimkje en jongere zus Ypie – naar Grou.

De Haan sluit zich aan bij de plaatselijke voetbalvereniging GAVC. Hier komt hij Gerrit van Stralen tegen. De Haan: ‘Een geweldige man. Hij kon enorm goed met de jeugd overweg. Daarnaast was hij een fantastische trainer. Gek op techniek. Kappen, draaien, schijntrappen. Oefeningen die je in die tijd nog bijna nergens zag. Hij was zijn tijd ver vooruit.’

 

Verhuizing naar Enschede

Omdat De Haan al op jonge leeftijd weet dat hij sportleraar wil worden, gaat hij na de afronding van de mavo verder studeren aan de Kweekschool (de voorloper van de pabo) in Heerenveen. Als ook deze opleiding is afgerond en de militaire dienst erop zit, verlaat De Haan het veilige Friesland om in Enschede aan de slag te gaan als gymnastiekleraar.

Hij voelt zich direct op zijn plek in Twente. Tukkers zijn weliswaar anders, maar toch ook heel vergelijkbaar met Friezen. Nuchter, vriendelijk en trots op hun afkomst.  Ook op de school waar Foppe de Haan lesgeeft, bevalt het uitstekend. ‘Hier heb ik het vak echt geleerd. Niet alleen het lesgeven, maar ook het leidinggeven aan een groep mensen. Als ik ’s middags klaar was met lesgeven, ging ik vaak kijken naar de training van FC Twente onder leiding stond van Kees Rijvers. Een topteam in die tijd met onder andere Theo Pahlplatz, Dick van Dijk, Eddy Achterberg, Jan Jeuring en natuurlijk Piet Schrijvers in het doel. Na de training zocht ik zo nu en dan Kees Rijvers op. Ik vroeg hem waarom hij bepaalde beslissingen maakte. Een prachtige tijd, want het was hartstikke leerzaam natuurlijk. Zo heb ik trouwens altijd in elkaar gezeten. Als je goed oplet bij andere mensen, kun je daar verrekte veel van leren.’

De Haan is overigens niet alleen in Twente. Inmiddels is hij dan gelukkig samen met Geke, met wie hij later trouwt en twee kinderen krijgt. Een rots in de branding, zo blijkt in het verdere verloop van zijn loopbaan. Want de passie en overgave waarmee De Haan zich op zijn trainerscarrière stortte, zorgde ervoor dat hij veel van huis was. ‘Ik heb veel geluk gehad dat ik Geke ben tegengekomen. Ik was altijd druk. Ik was gymnastiekleraar en daarnaast wilde ik graag mijn trainersdiploma’s behalen. Gelukkig stond Geke hier voor de volle honderd procent achter stond.’

 

Terug naar Friesland

Na drie jaar in Enschede te hebben gezeten, vindt De Haan het mooi geweest. Een terugkeer naar Friesland begint te kriebelen. ‘Het was hartje winter en ijskoud. Als Fries mag ik natuurlijk verrekte graag schaatsen. Maar dat kon bijna nergens in Enschede. Ik vond Enschede een mooie stad, hoor, maar ik moet wel kunnen schaatsen. Op een avond kwam ik thuis en ik zei tegen Geke: ‘Laten we teruggaan naar Friesland.’ Een Fries die ‘s winters niet kan schaatsen, is als een Brabander zonder carnaval. De Haan solliciteert en niet veel later zijn ze thuis.

Het gezin – inmiddels is hun eerste dochter op komst – strijkt neer in Akkrum. De Haan vindt een baan als gymnastiekleraar in het middelbaar onderwijs, maar de ambitie om zich verder te ontwikkelen is dan nog niet over. Hij komt in aanmerking voor de verkorte ALO, de sportacademie, in Amsterdam. Ieder weekend reist hij af naar de Randstad. Het blijkt een zware, maar vruchtbare tijd voor de ontwikkeling van De Haan als trainer én als mens. De van nature bescheiden Fries leert er om nog meer voor zichzelf op te komen. ‘Ik heb van nature nooit heel erg aan mezelf getwijfeld, maar in Amsterdam heb ik echt geleerd om voor mezelf op te komen. Ik kwam er daardoor achter dat ik veel meer kon dan dat ik zelf dacht. Daar heb ik mijn hele leven profijt van gehad.’

Als de ALO in Amsterdam is afgerond, gaat De Haan in Friesland rustig verder met het behalen van het ene na het andere (trainers)diploma. Op het moment dat hij in het bezit is van het trainersdiploma B mag hij alle categorieën van het amateurvoetbal trainen. Hij wordt speler/trainer bij v.v. Akkrum, maar al snel komt het besef dat zijn toekomst als trainer rooskleuriger is dan als voetballer. Tegelijkertijd zet hij ook zijn eerste stappen in het betaald voetbal, als hij jeugdtrainer wordt bij SC Heerenveen.

Naar eigen zeggen wordt De Haan als voetbaltrainer pas écht gevormd op het CIOS in Heerenveen, waar hij in 1976 wordt aangenomen. Hij krijgt er voetbal als hoofdvak. ‘Als voetbaltrainer met een CIOS-achtergrond ben je in de voetbalwereld al snel een vreemde eend in de bijt. Je wordt vaak gezien als een leraar, maar als trainer ben je dat in feite ook. Het is jouw taak als trainer om de oefenstof zo goed mogelijk te vertalen naar het veld. Eigenlijk ben ik mijn hele trainerscarrière een leraar gebleven. Het grote verschil met de voetbalwereld is dat er duizenden mensen op de tribune en bij de club zitten die er iets van vinden. En daar had ik later best moeite mee.’

 

De eerste stappen als hoofdtrainer bij SC Heerenveen

Naast zijn baan bij het CIOS timmert De Haan inmiddels aan de weg als trainer in de top van de amateurwereld. Als trainer van Drachtster Boys, ACV en v.v. Steenwijk ligt hij goed in de smaak. Bij ACV wordt Foppe de Haan in vijf jaar tijd liefst twee keer kampioen en wint hij daarnaast eenmaal de beker. ‘Een fantastische tijd. We hadden een geweldig team, met verschillende jongens die een verleden hadden bij een profclub. Voor mij was dat ook heel leerzaam, omdat ik er zo langzaamaan kon wennen hoe het is om met zulke jongens te werken.’

De successen van de jonge trainer trekken halverwege de jaren tachtig de aandacht bij Riemer van der Velde. Van der Velde is enkele jaren daarvoor aangetreden als voorzitter van SC Heerenveen en is op zoek naar een nieuwe hoofdtrainer. Hij heeft twee eisen: het mag niet te veel kosten en het moet een ‘voetballende’ trainer zijn. Riemer van der Velde en Foppe de Haan zitten al snel op één lijn. Het lange-halen-gauw-thuis voetbal onder de vorige trainer Henk van Brussel zorgt in Heerenveen weliswaar voor het nodige vermaak op de tribune, maar voorzitter en trainer zijn bepaald geen fan. En dus moest de zweep erover. Het kick and rush wordt vaarwelgezegd en De Haan introduceert een nieuwe, voetballende manier van spelen.

De rigoureuze aanpak van De Haan slaat echter niet aan. ‘Ik wilde binnen een paar maanden de boel volledig op de schop gooien. Geen lange ballen meer, maar verzorgd voetbal van achteruit. Positiespel. Mijn probleem was dat ik veel te snel wilde. Een groot gedeelte van de groep wilde dit namelijk helemaal niet.’ De geforceerde tactiek van De Haan begint al snel zijn tol te eisen. De combinatie van het hoofdtrainerschap en zijn baan bij het CIOS blijkt te veel voor de trainer. ‘Dat eerste seizoen vrat energie. Aan het einde van het seizoen stonden we zeventiende. Alleen aarsrivaal Cambuur stond onder ons. Dat bleek voor mij de redding. Ik mocht aanblijven. Maar het moest natuurlijk wel beter. Dat ging het de twee daaropvolgende seizoenen ook wel, maar het hield allemaal niet over. Als ik op mijn loopbaan terugkijk, is dit absoluut de moeilijkste periode geweest.’

 

Stapje terug

Na drie relatief anonieme seizoenen in de eerste divisie beslissen Van der Velde en De Haan dat het wellicht beter is om een stapje terug te doen. De Haan zegt zijn baan op bij het CIOS en gaat fulltime aan de slag bij SC Heerenveen om – samen met selectiespelers Gertjan Verbeek en Jan de Jonge – het fundament te leggen voor de jeugdopleiding en het beloftenteam. Het blijkt de juiste stap. Het beloftenteam behaalt direct het kampioenschap en naast de A-jeugd komt er ook B-jeugd. De nieuwe rol zit De Haan als gegoten. De stap die aanvankelijk achteruit werd genomen, blijken er voor de club én voor de trainer al snel twee stappen vooruit. Het opent nieuwe deuren. Een daarvan is het aanstellen van Fritz Korbach als hoofdtrainer.

De Haan: ‘Korbach was precies wat SC Heerenveen op dat moment nodig had. Zijn aanpak verschilde erg van mij. Ongepolijst, rauw en altijd met humor. Hij bracht branie en wist spelers op een bijzondere manier te raken. Tot dan toe was het allemaal erg keurig binnen SC Heerenveen. Korbach had een totaal andere benadering en op en buiten het veld vulden we elkaar goed aan. Ik heb de wereld geleerd van die man.’ Onder Korbach promoveert Heerenveen naar de eredivisie, maar de club degradeert direct weer. Het laatste seizoen onder Korbach verloopt minder soepel. Hij wordt ontslagen.

Van der Velde komt al snel weer bij De Haan uit. ‘Aanvankelijk zag ik dit helemaal niet zitten. Ik zat goed op mijn plek achter de schermen bij SC Heerenveen. Geen druk van de media of supporters, maar ik kon mij volledig richten op datgene dat ik zo graag doe: het beter maken van spelers.’ In het belang van de club gaat De Haan toch voor een tweede keer op de stoel van hoofdtrainer zitten. ‘Ik zei tegen Riemer: ik doe het twee weken, daarna moet je een andere trainer hebben gevonden.’ Zoals bekend, verloopt dat iets anders. Twee weken worden ruim zeshonderd weken. Foppe de Haan is tot en met 2004 trainer van SC Heerenveen. Het blijkt de meest succesvolle periode in de geschiedenis van de club.

 

De tweede termijn bij SC Heerenveen

De tweede periode van De Haan als hoofdtrainer van SC Heerenveen is vanaf het begin anders. De club staat er zowel in financieel als in sportief opzicht beter voor. De club heeft er een neusje voor om talenten en routiniers binnen te halen die elders een krasje hebben opgelopen. Bij SC Heerenveen komen ze tot volle wasdom. Volgens De Haan stond er halverwege de jaren negentig een echt team. ‘Spelers als Leeroy Echteld, Jan de Visser en Erik Tammer waren klassespelers. Tieme Klompe en Johan Hansma in het centrum. Later kwamen daar talenten als Jon Dahl Tomasson en Ole Tobiasen bij. Het liep als een trein.’

De vernieuwende aanpak van De Haan slaat in zijn tweede termijn wél aan bij de spelersgroep. Zijn CIOS-achtergrond komt daarbij goed van pas. ‘Voetbal draait om twee dingen. Winnen en beter willen worden. Je wordt beter als je hard traint. Fysiek, technisch en tactisch. Als nieuwe spelers voor het eerst met ons meetrainden, dachten ze dat de training er na twintig minuten op zat. Ze waren bekaf. Wij trainden gewoon veel harder dan andere clubs. De spelers hadden dat ook door. Ze werden iedere week beter. Daarnaast gaven wij iedere speler veel persoonlijke aandacht. Op een gegeven moment kom je in een flow terecht waar iedereen meer kan dan dat ze denken dat ze kunnen. En dan gaat het lopen.’

De jaren negentig vestigt SC Heerenveen definitief haar naam in de eredivisie. Het ‘handelshuis Heerenveen’ ontstaat. Voor het eerst in de clubhistorie worden spelers voor weinig geld binnengehaald en voor veel geld verkocht. Jon Dahl Tomasson levert de club miljoenen op. Hij wordt opgevolgd door Ruud van Nistelrooy, die overkomt van FC Den Bosch. De twee ontwikkelen een bijzondere band. ‘Ruud is een fantastische kerel. Bijzonder aardig, goed gevoel voor humor. Hij had een groot doel: de beste spits van de eredivisie worden. Hij wist dat hij daar keihard voor moest werken en dat deed hij dan ook. Hij heeft ooit een filmpje ingesproken waarin hij moest aangeven wat hij van mij heeft geleerd. Hij gaf aan dat ik spelers op een zelfstandige manier aan hun eigen ontwikkeling laat werken. En dat hij in dat ene jaar bij SC Heerenveen meer heeft geleerd dan in welk ander jaar dan ook. Dat is voor mij het mooiste compliment dat ik kan krijgen.’

 

Afscheid bij SC Heerenveen en Jong Oranje

Rond de eeuwwisseling beleeft SC Heerenveen onder De Haan haar grootste successen. In 1997 wordt de bekerfinale tegen Roda JC gespeeld (en met 4-2 verloren) en in 2000 wordt zelfs de Champions League bereikt. SC Heerenveen treedt aan tegen Olympique Lyon, Olympiakos en Valencia, maar het sneuvelt in de groepsfase. Desondanks is het een van de hoogtepunten in de carrière van Foppe de Haan. Ook Riemer van der Velde is content. Er worden miljoenen verdiend. ‘Hartstikkene mooi om mee te maken’, geeft De Haan aan.

In 2004 vindt De Haan het mooi geweest. De club eindigt als vierde in de competitie en De Haan bezorgt zijn club voor de laatste keer Europees voetbal. Zijn natuurlijke opvolger is Gertjan Verbeek.

De Haan gaat aan de slag bij de KNVB. Hij wordt bondscoach van Jong Oranje en in 2005 neemt hij ook tijdelijk de honneurs waar als bondscoach van Oranje tijdens het WK onder-20, dat plaatsvindt in Nederland. Oranje bereikt de halve finale, waarin het wordt uitgeschakeld tegen Nigeria. Een jaar later wint Foppe de Haan voor het eerst in de historie van het Nederlands voetbal met Jong Oranje het EK in Portugal. Weer een jaar later, in 2007, wordt dit kunstje herhaald. Nederland prolongeert haar Europese titel. Met bijzonder aanstekelijk voetbal wordt Servië in de finale met 4-1 weggevaagd. Grote man aan Nederlandse zijde is Royston Drenthe. Hoewel amper doorgebroken bij Feyenoord, krijgt hij het publiek tijdens dit toernooi in iedere wedstrijd op de banken. Na het toernooi verkast hij voor vijftien miljoen naar Real Madrid.

De Haan: ‘Een fantastisch joch. Bijzonder intuïtief op het veld. Hij deed alles op gevoel. Eenmaal in het veld was hij alles vergeten wat we vooraf hadden afgesproken.’ Het moet ook voor De Haan een totaal andere wereld zijn geweest. Van het werken met semiprofs als Gertjan Verbeek en Jan de Jonge bij Heerenveen, naar miljonairs van amper twintig jaar. In 2008, als Nederland meedoet aan de Olympische Spelen in China, ziet De Haan het gedurende het toernooi misgaan. ‘Royston had miljoenen verdiend in Madrid en was in die zomer van 2008 redelijk de weg kwijt. Ik stoorde me daar flink aan. In het begin bemoeide ik me er nog mee, maar het was trekken aan een dood paard.’ In de kwartfinale strand Oranje tegen het Argentinië van de grote Lionel Messi. De wedstrijd gaat met 2-1 verloren.  

 

Zuid-Afrika en Tuvalu

In 2009 neemt De Haan afscheid bij de KNVB. In overleg met zijn vrouw Geke besluit hij het rustiger aan te gaan doen. Een vakantie eerder dat jaar, naar Zuid-Afrika, is bijzonder goed bevallen. Het toeval wil dat oude bekende Hans Vonk, Zuid-Afrikaan van geboorte maar jarenlang keepend voor SC Heerenveen, op een dag belt met Foppe de Haan. Of hij een trainer weet voor Ajax Cape Town. De Haan denkt na, maar kan niemand bedenken. Op aandringen van Geke, die wel oren heeft naar een teugkeer naar Zuid-Afrika, besluit De Haan dan maar zichzelf aan te bieden. Er volgen twee prachtige jaren en in 2011 wordt De Haan bijna kampioen met de club. Ajax Cape Town komt een doelpunt tekort. Bij zijn afscheid in 2011, kopt een Zuid-Afrikaanse krant: ‘Foppe heeft ons voetbal in positieve zin veranderd.’

Na zijn vertrek uit Zuid-Afrika volgt een wel heel opmerkelijke stap voor de man uit Lippenhuizen. De Haan krijgt een aanbod uit Tuvalu. Of hij bondscoach wil worden. Hij typt het land in op Google, maar hij moet lang zoeken voordat hij iets krijgt. De archipel in de Grote Oceaan is qua inwoneraantal even groot als Lippenhuizen, Gorredijk en Jubbega bij elkaar. Maar het avontuur lonkt. Samen met assistenten Etienne Stomp en Peter Maas vertrekt hij naar de andere kant van de wereld. De sportfaciliteiten houden, zoals verwacht, niet over. Er is één voetbalveld op het eiland, dat moet worden gedeeld met het nationale rugbyteam. Als De Haan op techniek wil trainen, doet hij dat op de landingsbaan van het vliegveld.

De Haan: ‘Je kunt je niet voorstellen hoe de omstandigheden daar zijn. De mensen zijn onvoorstelbaar vriendelijk, maar ze hebben daar helemaal niks. Ze wonen op een volledig geïsoleerd eiland in de oceaan. Het breedste stuk van het eiland is 240 meter. Wat betreft natuurschoon is het ongekend mooi. Maar goed, ik was daar bondscoach en ik had een probleem. Ze konden niet voetballen.’

Om De Haan een indruk te geven van het niveau van het nationale elftal, wordt een onderlinge oefenwedstrijd gespeeld. Naarmate de wedstrijd vordert, zakt De Haan steeds verder weg in zijn plastic stoel. ‘Ik vroeg me echt af wat ik hier deed. De keeper kon de bal nog niet over 15 meter schieten. Ik heb toen een middenvelder, die wel een aardige trap had, op doel gezet. De mensen daar begrepen er niets van, maar toen zagen ze opeens dat je met een uittrap van de keeper direct over de middellijn kan komen.’ De eerste test voor De Haan is de oefenwedstrijd op het eiland Fiji tegen Samoa. Tuvalu wint met 3-0. Het betekent een van de eerste zeges van Tuvalu ooit. De mensen staat versteld.

De Pacific Games verlopen voor De Haan en Tuvalu onverwachts succesvol. Tegen Amerikaans-Samoa en Nieuw-Caledonië wordt ruim gewonnen en tegen Guam wordt met 1-1 gelijkgespeeld. Omdat de wedstrijden tegen Vanautu en de Salomonseilanden verloren gaan, eindigt Tuvalu als best of the rest. Een ongekende prestatie voor de archipel, dat tot dan toe vrijwel uitsluitend had uitgeblonken in ruime nederlagen. Na anderhalve maand zit het werk erop voor De Haan. Voldaan – en met een ervaring rijker – keert hij terug naar Nederland.

 

Oranje Dames en terugkeer SC Heerenveen

Na het bijzondere avontuur in Tuvalu keert De Haan nog sporadisch terug in de voetballerij. Hij is kortstondig interim-trainer bij SC Heerenveen, maar haalt hier geen voldoening uit. ‘In mijn laatste termijn bij SC Heerenveen ben ik er echt achter gekomen dat ik geen interim-trainer ben, maar een opbouwtrainer. Ik heb een goede voorbereiding nodig om écht invloed uit te kunnen op een elftal.’

Als assistent van bondscoach Sarina Wiegman is De Haan er in 2017 bij als de Oranje Dames op eigen bodem Europees Kampioen worden. De Haan omschrijft het eindtoernooi als ‘een mooi toetje na de maaltijd’. De omgang met de dames bevalt hem wel. In tegenstelling tot af en toe in het mannenvoetbal, hebben de dames er juist behoefte aan om veel te praten over voetbal.

Praten over voetbal, dat doet Foppe de Haan nog steeds. Bij amateurclubs. Langs de lijn op Sportpark Skoatterwâld in Heerenveen. Of bij het Foppe Fonds, waar hij zich inzet voor de sportieve ontwikkeling van jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking of omdat ouders door financiële omstandigheden hun kind niet kunnen laten sporten. ‘Sport en bewegen is zo ontzettend belangrijk voor de algemene gezondheid. Kinderen moeten bewegen. Dit geldt ook voor voetbalclubs. Kijk goed naar waar je het budget aan uitgeeft. Doe je dit aan het eerste elftal, of aan de jeugdopleiding? Want goede jeugdtrainers zijn van levensbelang voor clubs.’

 

Koen Olde Monnikhof